Snijd de bloemkool in grove roosjes en stoom supergaar. Bedoeling is de bloemkool goed te garen: dus niet beetgaar om te eten maar supergaar om makkelijk te pureren. Reken minstens 20 minuten stomen en test na het stomen met een vork: wanneer je de bloemkool zonder moeite makkelijk fijn kan pletten, is ze gaar genoeg.
Snijd de voet van het witloof en wie wil kan ook de meest bittere kegel onderaan de voet uit de stronk snijden. 20 minuten laten stomen. Laat daarna afkoelen en knijp dan met je handen zoveel mogelijk vocht eruit zonder de stronken plat te drukken uiteraard.
Oven aanzetten: bovengrill op 210 graden.
Doe de gestoomde bloemkool in een blender met een scheutje olijfolie en een scheut melk zodat het mes makkelijk de bloemkool zal mixen. Kruid naar smaak en met wat je in huis hebt. Nog GEEN ZOUT toevoegen want je kaas bevat ook zout. Pureer smeuïg.
Voeg dan 120 gram geraspte kaas toe en mix opnieuw. Proef. Voeg indien nodig meer melk en meer rotszout toe.
Rol het witloof (stronken eerst kruiden met peper en rotszout) in een schel hesp of omwikkel met bacon.
Giet wat bloemkoolssaus op de bodem van een ovenschaal.
Schik hierover de witloofrolletjes.
Overgiet met de rest van de bloemkool kaassaus en strijk indien nodig uit over de hespenrolletjes.
Strooi er dan de rest van de geraspte kaas over en zet in de oven: laat de kaas gratineren en volgens Sandra Bekkari zal je je witloof dan na 15 minuten uit de oven op tafel kunnen zetten. Gewoon wachten tot de kaas bruin kleurt.